De inrichting van een praktijkgebouw moet vooral functioneel zijn, maar ook esthetiek, duurzaamheid, kostenefficiëntie en veiligheid spelen een belangrijke rol. Voor dit hoofdstuk baseren we ons op het boek ‘Praktijkmanagement voor de huisarts’ (Birgitte Schoenmakers, Jan de Lepeleire, Bert Aertgeerts; Acco; 2014).
Tip: bezoek enkele huisartsenpraktijken om een beeld te krijgen van de inrichting en sfeer die je wenst voor je eigen praktijk.
Denk zeer goed na over de indeling van het praktijkgebouw, dit bepaalt namelijk hoe efficiënt er kan gewerkt worden. Het moet voor de artsen en al het personeel een logische en functionele werkruimte zijn, maar ook de patiënt moet makkelijk zijn weg kunnen vinden.
Het geheel van alle ruimtes moet weloverwogen zijn. Laat je hiervoor inspireren door in andere praktijken te gaan kijken. Het handboek ‘Eerstelijnszorggebouwen’ van de afdeling Bouwadvies van de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) in Nederland is een zeer uitgebreid naslagwerk dat u kan helpen. Het bevat o.a. een begrotingstabel en verscheidene voorbeelden van grondplannen van praktijkruimtes.
Deel de praktijk op in rustige en onrustige zones. Met de onrustige zones worden de openbare gedeelten bedoeld: de wachtzaal, de balie, de bezoekerstoiletten, … De rustige zones zijn de zones voor de medewerkers: de consultatieruimtes, de keuken, de vergaderzaal, de toiletten voor de medewerkers, … Artsen en andere medewerkers moeten elkaar kunnen ontmoeten in de rustige zones, zonder dat zij telkens door een publieke zone hoeven te gaan.
Sta ook stil bij de circulatie in de praktijk. Zorg voor logische, obstakelvrije looplijnen voor patiënten, artsen en medewerkers. Zorg dat de looplijnen van artsen en patiënten elkaar zo min mogelijk kruisen en nooit door werk- en wachtruimtes gaan. Zo hoeven artsen om patiënten te halen niet langs de balie of de inkomhal te passeren. Looplijnen zijn doordacht, duidelijk (patiënt ziet direct waar hij moet zijn) en bij voorkeur zo kort mogelijk. Maar een wat langere, rustige route is te verkiezen boven een korte, drukke route.
Een huisartsenpraktijk moet makkelijk toegankelijk zijn voor mensen in een rolstoel, ouders met kinderwagens, mensen met een visuele handicap, …
Enkele tips voor een toegankelijke huisartsenpraktijk
Met het begrip duurzaam doelen we niet enkel op een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk, maar ook op het evenwicht tussen maximaal comfort en minimaal onderhoud. Dit zorgt voor een aangename werksfeer voor artsen en medewerkers en tevreden patiënten.
Ecologische voetafdruk
We streven naar een zo laag mogelijk EPC-label, idealiter een klimaat neutrale praktijk. Energiebesparende maatregelen zijn o.a.:
Comfort en onderhoud
Denk goed na over meubilair, apparaten en materialen. Een goede combinatie van verwarming, ventilatie, isolatie, verlichting, … zorgen voor maximaal comfort met betrekking tot temperatuur, vochtigheidsgraad en atmosfeer.
Bij de inrichting en materiaalkeuze houd je steeds het onderhoud in het achterhoofd. Zowel interieur als exterieur moeten onderhoudsvriendelijk zijn. Enkele tips:
Artsen kunnen geconfronteerd worden met verbale en fysieke agressie, diefstal en inbraak. Enkele tips om huisartsen te ondersteunen bij het voorkomen en omgaan met agressie, geweld, diefstal en inbraak:
In de brochure ‘Een veilige dokterspraktijk’, te downloaden van de website van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken over Veiligheid en Preventie worden diverse tips aangeboden om de veiligheid in en rond de praktijk te bevorderen. Zo komen ook een aantal organisatorische maatregelen aan bod zoals het beperken van cash geld, het vermijden van waardevolle spullen op zichtbare plaatsen en het werken op afspraak.
In de praktijk is er aandacht voor brandpreventie. Bij voorkeur laat de praktijk zich hierbij adviseren door een expert ter zake, zoals een preventieadviseur of een lokale brandweer. Enkele zaken waar je aan moet denken inzake brandpreventie:
Hygiëne en infectiepreventie is van cruciaal belang in een huisartsenpraktijk. Enkele zaken waar je zeker aan moet denken:
Privacy van patiënten en medewerkers dient gewaarborgd te worden. Om privacy aan het onthaal te garanderen is er voldoende ruimte nodig tussen de wachtkamer en het onthaal. Het onthaal dient zo ingericht te zijn dat het meelezen van het computerscherm door patiënten niet mogelijk is. Bij voorkeur is er ook een aparte, geluidsdichte ruimte waar telefoongesprekken kunnen gebeuren en medewerkers kunnen werken zonder dat de patiënten hen zien.
Het bureau wordt in de consultatieruimten bij voorkeur dicht bij de deur geplaatst, er is voldoende beweegruimte rondom de onderzoekstafel en inkijk op het onderzoeksgedeelte wordt maximaal verhinderd bij het openen van de deur.
De Algemene Verordering Gegevensbescherming (GDPR) is van kracht in de huisartsenpraktijk. Voor info hierover verwijzen we naar de pagina GDPR.