De keuze van je ondernemingsvorm brengt tal van financiële en praktische gevolgen met zich mee. Precies daarom ga je niet over één nacht ijs. In de praktijk bekijk je samen met je boekhouder de opties en hak je na beraad de knoop door.
Bron: SBB startersgids - arts
Het grootste verschil tussen de twee ondernemingsvormen is de aansprakelijkheid. In een eenmanszaak is alle winst voor jou, maar kom je echter in financiële problemen, kunnen schuldeisers beslag leggen op je persoonlijke bezittingen. In het andere geval is het de vennootschap die de winst ontvangt en ook aansprakelijk is in geval van schulden.
Om een eenmanszaak te starten, open je een professionele bankrekening en schrijf je je in bij een ondernemingsloket. Een vennootschap oprichten is complexer. Voor de oprichting van een besloten vennootschap (BV) heb je bijvoorbeeld een financieel plan nodig en moet je langs de notaris passeren.
Bij een vennootschap komen meer verplichtingen kijken dan bij een eenmanszaak. Zo volstaat voor een eenmanszaak een enkelvoudige boekhouding, terwijl de meeste vennootschappen een dubbele boekhouding moeten voeren. In een eenmanszaak betaal je personenbelasting, in het andere geval vennootschapsbelasting.
Tip: laat een berekening uitvoeren door je boekhouder en vergelijk zo beide situaties.
De meest gangbare en meest aan te raden vennootschapvorm voor artsen is de BV (Besloten Vennootschap). Dit is de basis vennootschapsvorm voor alle kleine en middelgrote ondernemingen in België. De grote aantrekkingskracht van de BV is zijn flexibiliteit. Je hebt een grote speelruimte om de statuten – de grondregels van de onderneming aan te passen aan de noden van de onderneming. Om een BV op te richten heb je een oprichtingsakte nodig. Hiervoor doe je beroep op een notariskantoor. (Bron: notaris.be)